:focal(undefined)
)
:focal(undefined)
)
:focal(undefined)
)
Mobiliteitshub Rotterdam laat zien hoe één gebouw meerdere stadsproblemen tegelijk oplost
Wat gebeurt er wanneer mobiliteit, retail en stedelijke ontwikkeling niet langer los van elkaar worden bedacht, maar als één integraal systeem worden ontworpen? In Rotterdam kreeg die vraag een concreet antwoord met Mobiliteitshub Rotterdam. Een project waarin een P+R-locatie, openbaar vervoer en een volwaardige GAMMA-bouwmarkt samenkomen binnen één gebouw.
Over de ontwikkeling stelden wij enkele vragen aan drie direct betrokken partijen. Sander Geenen (Programmamanager Stadionpark/Feyenoord City) namens de gemeente Rotterdam, Coen Sterk namens Dunavast en Pim Pierrot (Director Asset Management ) namens Intergamma, de organisatie achter de doe-het-zelfformules GAMMA en Karwei. Vanuit hun eigen perspectief vertellen zij hoe Mobiliteitshub Rotterdam tot stand kwam, waarom samenwerking essentieel was en wat dit project volgens hen zegt over de toekomst van stedelijke ontwikkeling.
Voor de gemeente Rotterdam draait het project om slimmer ruimtegebruik én betere bereikbaarheid van de binnenstad. Voor Intergamma zit de meerwaarde juist in een toekomstbestendige winkellocatie op een strategisch bereikbare plek. En voor Dunavast laat het project zien dat dubbel grondgebruik niet alleen een ruimtelijk ideaal is, maar ook praktisch uitvoerbaar kan zijn.
“Dubbel grondgebruik klinkt vaak theoretisch,” zegt Coen Sterk van Dunavast. “Totdat je het daadwerkelijk realiseert. Dan zie je hoeveel functies je slim kunt combineren zonder dat ze elkaar beperken.”
Dat idee vormt de kern van Mobiliteitshub Rotterdam. Aan de rand van de stad parkeren bezoekers hun auto. Daarna stappen ze over op het openbaar vervoer richting de binnenstad of bezoeken ze direct de geïntegreerde Gamma-bouwmarkt.
De combinatie voelt opvallend logisch, vertelt Pim Pierrot van Intergamma. “Juist dat verraste ons eigenlijk positief. De locatie werkt in de praktijk heel natuurlijk. Bezoekers weten de plek goed te vinden en operationeel draait het stabiel.”
Waarom wilde Rotterdam hieraan meewerken?
Voor Sander Geenen sluit het project direct aan op de bredere mobiliteitsvisie van Rotterdam.
“De stad groeit, terwijl de ruimte niet meegroeit,” legt hij uit. “Dan moet je slimmer omgaan met mobiliteit én ruimtegebruik. Deze hub helpt om bezoekers op een logische plek aan de rand van de stad te laten overstappen op openbaar vervoer.”
Daarmee draagt het project volgens hem direct bij aan de ambitie om de binnenstad autoluwer te maken.
“Mobiliteitshubs zijn al langer onderdeel van ons beleid,” zegt Geenen. “Maar met dit project zie je daadwerkelijk hoe zo’n visie in de praktijk werkt.”
Tegelijkertijd benadrukt hij dat het effect verder gaat dan alleen verkeer. “Je creëert hier meerdere functies op dezelfde vierkante meters. Dat is in een dichtbebouwde stad simpelweg noodzakelijk geworden.”
Wat levert het Intergamma op?
Ook voor Intergamma speelde toekomstbestendigheid een belangrijke rol.
“Goede bereikbaarheid blijft essentieel voor een bouwmarkt,” zegt Pim. “Maar binnenstedelijke ruimte wordt schaarser en duurder. Dan moet je nadenken over nieuwe vormen van locatieontwikkeling.”
Volgens hem bewijst Mobiliteitshub Rotterdam dat retail prima onderdeel kan zijn van multifunctioneel vastgoed.
“De ligging is sterk. Dicht bij de stad, goed bereikbaar met auto én OV, en gecombineerd met andere voorzieningen. Dat maakt dit concept interessant voor de lange termijn.”
Daarnaast draagt volgens hem het onderscheidende uiterlijk, in combinatie met het nieuwste winkelconcept, bij aan de zichtbaarheid van GAMMA.
Technisch bleek het project allesbehalve standaard
Hoewel het eindresultaat vanzelfsprekend oogt, bleek de realisatie complex.
“Tijdens de bouw kwamen er complicaties naar voren die niemand vooraf volledig had voorzien,” vertelt Sander. “Op de naastgelegen kavel bleek een oude boorput te zitten”. Pim vult aan: “Om deze reden hebben wij een gasdichte vloer gekregen en is er een gasdetectiesysteem in ons pand gebouwd. Geen alledaagse kost voor ons in onze gebouwen, maar een goede oplossing die voor iedereen werkt.”
“Dat hoort ook wel bij dit soort projecten,” reageert Coen. “Je bouwt geen standaard gebouw. Alle functies grijpen technisch op elkaar in.”
Volgens hem maken juist dat soort details zichtbaar wat dubbel grondgebruik in de praktijk betekent. “Dan merk je ineens hoe mobiliteit, veiligheid, techniek en vastgoed allemaal samenkomen.”
Verschillende werelden, gezamenlijk belang
Tijdens het gesprek ontstaat regelmatig herkenning over de samenwerking tussen publieke en private partijen.
Pim noemt de samenwerking met Dunavast pragmatisch en oplossingsgericht, terwijl processen richting de overheid soms formeler verliepen.
Sander kan daar wel om lachen. “Een gemeente beweegt nu eenmaal anders dan een commerciële partij.”
Toch zat volgens hem juist daarin ook de kracht van het project. “Iedere partij kijkt vanuit een andere verantwoordelijkheid. Maar uiteindelijk wil iedereen hetzelfde: een locatie realiseren die werkt én toekomstbestendig blijft.”
Volgens Coen vraagt dat vooral om vroegtijdige samenwerking.
“Dit soort projecten kun je niet sectoraal benaderen,” zegt hij. “Je moet mobiliteit, vastgoed en publieke ruimte vanaf het begin gezamenlijk ontwikkelen.”
Een eerste stap richting de stad van de toekomst
Op de vraag of dit model ook elders toepasbaar is, reageren de drie vrijwel direct bevestigend.
“Zeker,” zegt Pim. “Dit is simpelweg een slimmere manier van omgaan met beperkte ruimte.”
Sander noemt het project vooral een sterk voorbeeld van meervoudig ruimtegebruik. “Ik vind ‘voorbeeldproject voor Nederland’ altijd grote woorden,” zegt hij lachend. “Maar het laat wel zien wat er mogelijk is.”
Voor Coen zit daar precies de essentie van Mobiliteitshub Rotterdam.
“De stad van de toekomst vraagt niet om méér ruimte,” zegt hij. “Maar om slimmer gebruik van dezelfde ruimte.”
En juist daarin lijkt Mobiliteitshub Rotterdam vooral het begin van een bredere ontwikkeling.
:focal(undefined)
)
:focal(undefined)
)